|
|
 |
Bouwen en renoveren > Vloeren > Artikel

 |
|
 |
|
| Doe-het-zelf
Laminaatvloer leggen stap voor stap
Laminaatvloer is gemakkelijk schoon te maken, onderhoudsvrij, kleurecht, én je kan hem ook zelf leggen. Een laminaatvloer is een typisch doe-het-zelfproduct: ongeveer 60% van de eigenaars waagt het erop. Met deze handleiding in 6 stappen lukt het je zeker ook. |
 |
|
 |
|
Wat heb je nodig?
- meetlat en potlood
- winkelhaak
- spandraad
- een houten klos
- hamer
- fijngetande zaag, decoupeerzaag of afkortzaag
- trekijzer met opstaande rand (om met de hamer op te slaan)
- stootblok (voor Uniclic)
- afstandsblokjes, spietjes
- eventueel plaatsingsset van de fabrikant
|
|
 |
|
 |
|
1. Een goede voorbereiding
- Leg de ongeopende pakken 48 uur in het midden van de kamer waar de vloer zal komen.
- Zorg ervoor dat je het benodigde gereedschap binnen handbereik hebt.
- Controleer of tussen de onderkant van de deuren en de basisvloer nog voldoende ruimte is (minimum 1 cm, want de meeste laminaatsoorten hebben een dikte vanaf 8 mm, en een ondervloer is ook al vlug 2 mm dik), zodat de deuren na het leggen van de laminaatvloer nog open en dicht kunnen. Misschien zal je de deur moeten afschaven.
- Als je vloerverwarming hebt voorzien, mag de ondervloer niet warmer worden dan 28 °C en moet het vochtgehalte minder zijn dan 1,5% volgens de CM-methode. Daarbij wordt het vocht gemeten met een calciumcarbide meter. Vraag hierover informatie aan je dealer.
- Verwijder de oude plinten. Of laat ze staan, en werk de vloer later af met speciale profielen.
|
2. Controleer de ondergrond
Nieuwbouw
- Het vochtgehalte van de chape moet minder zijn dan 2,5% volgens de CM-methode.
- Een te oneffen betonnen vloer moet worden geëffend met een egalisatiemiddel of met een gepaste ondervloer.
|
Renovatie
- Een dampdichte, niet-verende vloerbedekking zoals vinyl en linoleum mag blijven liggen, maar hierboven moet altijd een egaliserende ondervloer worden geplaatst.
- Ook plavuizen of keramische tegels mogen blijven liggen. Wanneer de tegels sterk geprofileerd zijn, of zeer oneffen liggen, doe je er goed aan boven de plastic folie eerst een egaliserende houtvezelplaat te installeren en daarboven de ondervloer.
- Dampopen vloerbekleding (bijvoorbeeld tapijt, kurk) moet worden verwijderd. Is de ondergrond een plankenvloer?
- Verwijder eerst de eventuele vloerbekleding.
- De vloer moet stabiel zijn, spijker losliggende delen dus vast.
- Op een gelijkvloerse plankenvloer moest eerst een plastic folie worden gelegd, vervolgens egaliserende houtvezelplaten en daarna de ondervloer.
- Een eventuele kruipruimte onder de plankenvloer moet voldoende geventileerd worden. Zorg daarom voor minstens 4 cm2 ventilatieopening(en) per m2 vloer.
|
3. Folie en ondervloer
- Een ondervloer moet kleine oneffenheden in de ondergrond egaliseren, en zorgen voor akoestische en thermische isolatie. Om problemen met opstijgend vocht te vermijden, moet altijd begonnen worden met een dampdichte plastiekfolie van minimum 0,15 mm dik. Het best is een folie uit één stuk. Als dat niet mogelijk is, zorg er dan voor dat de verschillende delen elkaar minstens 20 cm overlappen en plak de voegen toe met een dampdichte kleefband. Laat de folie een beetje tegen de muur oplopen vooraleer ze op maat te snijden. Zo voorkom je dat muurvocht de laminaatvloer kan aantasten.
- Op deze folie komt de ondervloer. Hiervoor heb je verscheidene mogelijkheden:
- Voor betonvloeren: bijvoorbeeld polyethyleenschuim (van 2 tot 3 mm dik), eventueel afgewerkt met een plastic dampscherm, of polystyreenschuim (van 3 mm dik) eventueel met een aluminiumlaag.
- Voor beton- en plankenvloeren: geperste houtvezelplaten van 6 of 7 mm dik. Deze ondervloer geeft een hogere stabiliteit en een betere warmte- en geluidsisolatie.
|
- In plaats van én een folie én een ondervloer kan je kiezen voor een zogenaamde combi-ondervloer. Aan de ondervloer is dan al een dampscherm gekleefd.
|
4. Bepaal de legrichting van de panelen
- Technisch gezien maakt het geen enkel verschil uit of je de planken plaatst in de lengte- of in de breedterichting. De keuze is vooral persoonlijk.
- Het mooist is meestal - als je de vloer bekijkt vanuit de meest gebruikte deuropening in de richting van de belangrijkste bron van lichtinval - dat de planken dan in het verlengde van deze lichtinval liggen. Zo zie je maar één voeg in de lengterichting van de planken. In de andere richting zie je telkens een voeg in de breedterichting van de plank.
- Voor een kamer met veel deuren en vensters, kies je het best de lengterichting. Zo is de vloer het gemakkelijkst te plaatsen.
|
5. Leg de laminaatvloer
- De productie van laminaat wordt onderworpen aan een strenge kwaliteitscontrole. Voor het leggen doe je er evenwel goed aan elke plank zorgvuldig te controleren. Eenmaal gelegde planken met zichtbare gebreken geven geen enkel recht op een zogenaamde ‘legvergoeding’.
- Gebruik planken uit verschillende pakketten altijd door elkaar en zorg voor voldoende afwisseling tussen meer donkere en meer lichte panelen.
- Tegenwoordig wordt nog bijna uitsluitend ‘klik’-laminaat gelegd. Het kliksysteem garandeert niet alleen netter werk – vergeleken met vroeger, toen lijm gebruikt werd – maar gaat ook tot anderhalf keer sneller. Bijkomend voordeel is dat de vloer beter bestand is tegen vochtinfiltratie en dat hij vlot gedemonteerd kan worden en tot drie maal toe ergens elders geplaatst.
Er bestaan verschillende systemen, maar het bekende Uniclic (gepatenteerd door Quick-Step) is het enige dat je zowel kan wentelen en klikken, als horizontaal kan invoegen. Wentelen en klikken gaat veel sneller dan systemen waarbij je de vloerpanelen enkel in elkaar kan tikken met een hamer en stootblok. Bovendien zal je de vloerdelen zo niet beschadigen. Horizontaal kunnen invoegen op zijn beurt is bijzonder handig voor het aanbrengen van de laatste rij panelen of op plaatsen waar wentelen moeilijk of zelfs onmogelijk is, bijvoorbeeld onder deurlijsten.
- Laminaatvloeren worden meestal los (‘zwevend’) gelegd; je hoeft de stroken dus niet op de basisvloer te nagelen of te lijmen. Ook dat is praktisch als je verhuist én het verbetert de isolatie van het doorgangsgeluid.
|
Aan de slag
- Begin de eerste rij met een volledige plank. Zaag van het eerste paneel zowel de lange als de korte tand af, en plaats de plank tegen de muren. Plaats tussen de planken en de muur afstandsblokjes (voor de uitzettingsvoeg).
- Begin nooit zomaar laminaatpanelen te leggen in een hoek of tegen een muur (zeker in oude woningen zijn deze zelden haaks). Het beste is een loodlijn te trekken vanaf de deur waarlangs je meestal zal binnenkomen en van daaruit een parallel-lijn uit te tekenen langs de muur waartegen je wil beginnen. Daartegenaan leg je de eerste rij panelen uit, die je zijdelings in elkaar klikt. De juiste afstand tot de muur kan je blokkeren met spietjes of afstandsblokjes.
- Het samenvoegen van laminaatpanelen met een kliksysteem kan op twee manieren.
- De panelen kunnen in elkaar gewenteld worden. Zowel tand in groef, als groef in tand zijn mogelijk. Het eerste is het makkelijkst. Je plaatst het te monteren paneel onder een hoek van 20-30° tegen het reeds geplaatste paneel. Vervolgens beweeg je het lichtjes op en neer, en tegelijkertijd oefen je een voorwaartse druk uit. De panelen zullen vanzelf in elkaar klikken.
- Onder deurlijsten of verwarmingselementen is wentelen moeilijk of zelfs onmogelijk. In dit geval is het handig als je de panelen in vlakke positie in elkaar kan slaan. Schuif ze onder de moeilijk bereikbare plaats, en tik ze met een hamer en een stootblok of trekijzer voorzichtig in elkaar. De korte kanten verbind je het best door middel van een aantal klopjes. Voor de lange kant werk je beter progressief: begin op de hoek van een paneel met lichte slagjes te kloppen tot daar de verbinding ineenzit en herhaal dit om de 30 cm totdat de volledige lange zijde van het paneel in elkaar geklikt is.
|
6. Afwerking
Na de plaatsing kan je onmiddellijk op de vloer lopen en met de afwerking beginnen.
- Verwijder alle afstandsblokjes.
- Plaats de plinten tegen de omhoogstekende folie. Bevestig ze op de wand (er zijn verschillende systemen naargelang het soort plint). Nooit aan de vloer: die moet immers onder de plint kunnen uitzetten en inkrimpen.
- Voor de ruimte rond buizen van verwarmingselementen bestaan er rozetten die zijn beplakt met laminaatstickers met een print en een oppervlaktestructuur in harmonie met de vloer. Dankzij de verwijderbare binnenring biedt één rozet een oplossing voor buizen met een diameter van 15 tot 22 mm.
- Op plaatsen waar geen profielen of plinten kunnen geplaatst worden, kan je ook de uitzettingsvoeg opvullen met een elastische pasta.
|
Bron: redactie beter bouwen & verbouwen
|
|
|
|
|
 |
|
 |
En jij, wat denk jij ervan?
Deze artikels zullen je mogelijk ook interesseren.
|
|
|