| Techniek
Gevelbekleding: als een tweede huid
© Foto P. Praet
Eigentijdse architectuur biedt een ruime keuze aan materialen voor gevelbekleding: hout, composiethout, houtplaten, kleidakpannen, metaal, kunststof … De technieken zijn niet nieuw, maar sommige toepassingen zijn dat wel.
De mantel van een woning bestaat enerzijds uit de dragende structuur en anderzijds uit een ‘gevel’ die bescherming biedt tegen de weersomstandigheden. Naargelang het bouwprocedé kan de dragende structuur bestaan uit snelbouwbakstenen, blokken van beton of cellenbeton, een houtskelet enz.
De gevelafwerking kan bestaan uit baksteen, sierpleister op de draagmuur of een lichte structuur die enigszins losstaat van de gevel. Die noemt men een beplating of gevelbedekking.
Het principe van de beplating is dat ze de dragende buitenmuur beschermt tegen regen of hagel en tegelijk een ventilatie verzekert tussen de bekleding en die draagmuur. Ze biedt echter soms maar een beperkte bescherming tegen de wind.
De oudste vorm van gevelbekleding bestaat waarschijnlijk uit een eenvoudig houten lattenwerk waarop planken bevestigd werden. Maar momenteel kunnen de meeste bouwmaterialen in een of andere vorm gebruikt worden als gevelbekleding.
In dit dossier passeren alle mogelijkheden de revue, met voor elk een korte technische beschrijving, een overzicht van de kenmerken, de voor- en nadelen én de prijs.
Bondgenoot van oude muren…
In oude huizen met massieve muren is een gevelbekleding één van de beste oplossingen om de gevolgen van de regen en gedeeltelijk zelfs van opstijgend vocht te verminderen. In tegenstelling tot cementhoudende bepleisteringen, die het vocht vasthouden in de muren, houdt een beplating niet alleen de neerslag tegen. Ze bevordert ook de ventilatie en dus de vochtafvoer tussen de draagmuur en de buitenbekleding.
Het is belangrijk dat de steun van de bekleding (het lattenwerk) loodrecht of in twee gekruiste lagen wordt bevestigd om deze luchtstroom niet te belemmeren. Het is ook nodig om een luchtafvoer te voorzien bovenaan de beplating en om het regenwater onderaan op te vangen in een goot. Op zichzelf lost deze toepassing het probleem van het opstijgend vocht en van muren die regenwater opslorpen niet op. Maar de gevolgen worden wel serieus beperkt.
… en van muurisolatie
Het aanbrengen van een gevelbekleding is het ideale ogenblik om de warmteprestaties van het gebouw te verhogen door isolatiemateriaal te plaatsen tussen de steunlatten van de beplating. Klassieke latten van 2 tot 3 cm volstaan natuurlijk niet om een voldoende isolatiedikte te creëren. Opteer voor een dikker lattenwerk of, beter nog, kruis de lagen isolatiemateriaal tussen verschillende lagen latten. Halfstijve isolatiematerialen zijn beter geschikt dan stijve platen, want ze vullen beter de ruimte tussen de latten.
Voorzie een ‘spouw’ van minstens 2 cm tussen het isolatiemateriaal en de achterkant van de beplating voor verluchting en convectie. Ideaal is om ook een dampscherm te plaatsen tussen het isolatiemateriaal en de gevel, en om een dampdoorlatend isolatiemateriaal te kiezen. Zo sluit je de vochtigheid niet op in de muur.
De beplating zelf speelt de rol van regenscherm maar het plaatsen van een echt regenscherm zal de bescherming van het isolatiemateriaal vervolledigen tegen toevallig binnendringend water (lekken in de goot bijvoorbeeld) of stuifsneeuw die door de kleinste openingen dringt.
|