| Goed om weten
De binnenafwerking: kwaliteit heeft zijn prijs
De ruwbouw is klaar, je huis winddicht, de leidingen gelegd. Dan komt nu de afwerking: pleisterwerk, vloer, binnenschrijnwerk en de keuken. |
Muren en plafonds: de verschillende afwerkingen
Een eerste – en de goedkoopste manier – is de muren onbezet te laten en de ruwbouwmaterialen een simpele verflaag te geven. Dat ziet men soms bij minimalistische woningen. Belangrijk hierbij is wel om de aannemer van de ruwbouwwerken vooraf duidelijk te briefen. Hij zal dan bijzondere aandacht besteden aan het voeg- en metselwerk (je moet er dan wel wat meer voor betalen). Hetzelfde geldt voor het zichtbaar laten van bijvoorbeeld welfsels.
Meestal wordt evenwel gekozen voor pleisterwerk.
Pleisterwerk
Bij ‘plak-’ of pleisterwerk – de klassieke methode – bezet de stukadoor (plakker) de muren en plafonds met gips waaraan een hoeveelheid water wordt toegevoegd. Dit is echt vakwerk en dus niet weggelegd voor een doe-het-zelver. Voor bepaalde bouwsteensoorten, zoals cellenbeton, kan gebruik gemaakt worden van dunpleisters. Binnenpleisters kunnen manueel of machinaal (tegenwoordig meestal) worden aangebracht.
Gipsplaten
Zeker bij renovaties wordt vaak naar gipsplaten gegrepen, omdat het toelaat op een handige manier geschonden binnenmuren en oneffenheden te verbergen en de droge verwerking snel werkt. Bovendien kunnen handige Harry’s hier hun bouwlusten botvieren. Dit soort platen kan bovendien gebruikt worden als (vals) plafond of als afscheiding van ruimtes. Nadeel is wel dat ze licht zijn en dus op zich ongeschikt om zware voorwerpen aan vast te hechten. Ze zijn ook watergevoelig. Voor natte cellen bestaan wel aangepaste waterbestendige gipsplaten. De kern van het gipskarton is dan behandeld met een waterafstotend siliconenproduct. Daarnaast zijn er nog speciale brandwerende, akoestische en thermisch isolerende gipsplaten.
Je kan verder kiezen tussen gipskartonplaten (meest gebruikt) en gipsvezelplaten (duurder maar ook milieuvriendelijker).
Lichte wanden
Naast de klassieke gemetselde binnenmuren worden open ruimtes steeds vaker van elkaar gescheiden door lichte scheidingswanden, opgebouwd uit een metalen of houten onderstructuur waartegen één of meer gipsplaten worden bevestigd. Voor niet-dragende binnenwanden kan onder meer gebruik gemaakt worden van Metal Stud of CW-scheidingswanden (C-vormige wandprofielen) bestaande uit metaalprofielen en platen van verschillende dikte en samenstellingen.
Soms worden ook hangende wanden zonder onderrail gebruikt om ruimtes te scheiden. Het voordeel van zo’n systemen: grotere flexibiliteit in de benutting van de ruimte, lichte structuren en een snelle opbouw. Voor vochtige ruimtes worden soms ook cementplaten gebruikt.
Verlaagde plafonds
Plafonds kunnen worden afgewerkt zoals wanden: klassiek met pleister, of met andere materialen zoals hout, gipsplaten, pvc en dergelijke.
Bij renovaties wordt dikwijls gewerkt met verlaagde plafonds. Bijzonder handig om onesthetische structuren weg te moffelen en leidingen achter te verbergen. Voor de draagstructuur wordt, net zoals voor scheidingswanden, hout of metaal gebruikt waaraan de gipskartonplaten of plafondtegels worden opgehangen of de houten planken bevestigd.
De laatste jaren zijn spanplafonds aan een steile opmars bezig. Daarbij wordt een doek in vinyl of een andere kunststof aan wandprofielen bevestigd en strak opgespannen.
|